Buffers tegen probleemgedrag
Het doel van Veilig Opgroeien is tweeledig: aan de ene kant het bevorderen van die factoren die kinderen beschermen en aan de andere kant het terugdringen van factoren die het risico op probleemgedrag vergroten (bijvoorbeeld schooluitval, geweld, jeugdcriminaliteit, alcohol- en drugsgebruik). Op basis van internationaal onderzoek zijn risicofactoren vastgesteld. Deze risicofactoren doen zich voor in het gezin, op school, in de vriendengroep of in de buurt waar de jongeren opgroeien. De risicofactoren zijn te zien als mogelijke ‘voorspellers’ van probleemgedrag. De constatering dat er sprake is van één bepaalde risicofactor zal niet leiden tot ernstig probleemgedrag. Echter, spelen voor een jongere meerdere factoren tegelijkertijd, dan neemt de kans op ontsporen sterk toe.
Er zijn ook jongeren die in vergelijkbare situaties geen probleemgedrag vertonen. In dat geval zijn er voldoende ‘beschermende’ factoren aanwezig die als buffer fungeren. Voorbeelden hiervan: een sterke band met school, een zinvolle invulling van de vrije tijd of support van een volwassenen die voor de jongere een voorbeeld is.
Kortom: jongeren gaan minder snel probleemgedrag vertonen als ze opgroeien in een leefbare omgeving waarin de jongere een goede band heeft met zijn of haar familie, met leeftijdgenoten, met de school en met de wijk. Om dit te bereiken is het nodig dat:
- iedereen in de wijk zijn schouders eronder zet: ouders, leerkrachten, politie, gemeente, beroepskrachten en vrijwilligers uit het jeugd- en jongerenwerk, kerk, moskee, enzovoort;
- duidelijk is wat de knelpunten in de wijk zijn, welke factoren meespelen en wat er in de wijk al wordt ondernomen om problemen tegen te gaan;
- er vooral energie wordt gestoken in projecten en programma’s die echt werken.