Harderwijkse bos
Het Harderwijkse bos bestaat vooral uit grove dennen, het zogenaamde grenenhout. Door ons bosbeheerprogramma proberen we het aandeel loofhout te vergroten. Het bos verjongt van nature. Daarom hoeven we geen jonge bomen meer te planten. Het beheer is dan ook gericht op de ontwikkeling van kiemplanten van diverse boomsoorten. Hierbij worden inheemse houtsoorten zoals eiken, berken en beuken steeds talrijker.
Dode bomen blijft u vinden in het bos. Voor het geïntegreerde bosbeheer moet een bepaald aandeel dood hout in het bos aanwezig zijn. Dit is belangrijk om meer natuurlijke nestgelegenheid te bieden voor bijvoorbeeld de specht. Soms stimuleren we dit proces zelfs. Dit doen we door het 'ringen' van bomen: de sapstroom wordt hierdoor onderbroken en de boom sterft langzaam. Dood hout en kiemplanten horen bij een natuurlijk bossysteem.
Veel te zien
Het Harderwijkse bos is het thuis van veel dieren. Als u wandelt of fietst en geen lawaai maakt, heeft u kans ze te zien. Deze zoogdieren leven in het Harderwijkse bos: reeën, edelherten, wilde zwijnen, eekhoorns, vossen, konijnen, vleermuizen, dassen en boommarters. U vindt er ook reptielen bijvoorbeeld de hazelworm en de hagedis.
De lucht boven het bos is drukbevolkt. De volgende vogels vliegen hier rond: koolmees, pimpelmees, staartmees, zwarte mees, goudvink, appelvink, vink, grote bonte specht, zwarte specht, groene specht, vlaamse gaai, ekster, havik, buizerd, sperwer en wespendief. Ook vlinders en insecten vindt u hier tussen: kleine vos, atalanta, heide vlinder, bruin zandoogje en dagpauwoog.
