Houtrook

Gebruik van open haarden, (hout)kachels en vuurkorven

Een houtvuur is gezellig. Maar een open haard of (hout)kachel kan ook voor overlast zorgen. Omwonenden kunnen last hebben van de rook. Goed gebruik van uw open haard of een (hout)kachel is voor zowel uw omgeving als voor u of uw gezin van groot belang.

Overlast

Als u last heeft van een open haard of (hout)kachel van buren of bewoners bij u in de straat laat dat dan aan de ‘stoker’ weten. Vaak is overlast op eenvoudige wijze te verhelpen en weet de stoker niet dat er overlast in de omgeving is. Overleg eerstmet uw buurman of buurvrouw voordat u eventueel naar de gemeente stapt.

Tips om overlast te voorkomen

Om overlast door een open haard of (hout)kachel te voorkomen zijn er een aantal belangrijke richtlijnen.

In het stookseizoen leidt het gebruik van houtkachels en open haarden soms tot geur- en gezondheidsklachten bij mensen die daarvoor gevoelig zijn. De manier van stoken speelt, net als de kwaliteit van het hout, daarbij vaak een belangrijke rol.

Vrije luchtaanvoer en ventilatie zijn belangrijk om te voorkomen dat bij houtverbranding schadelijke stoffen vrijkomen. Een schoorsteen die niet voldoende trekt, kan de verbrandingsgassen niet (optimaal) afvoeren. Na een tijdje kan er roetaanslag voorkomen of kan de schoorsteen zelfs verstopt zijn. Op die manier komen co-gassen, roet en fijnstof vrij in de kamer. Bij een brandende haard is het belangrijk om goed te ventileren. Het vuur krijgt zo genoeg zuurstof om te branden en vervuilende stoffen worden afgevoerd. In goed geïsoleerde woningen moet extra worden gelet op goede ventilatie. 

Stook niet wanneer het windstil of mistig weer is. De rook van het haardvuur blijft om het huis hangen. De omgeving wordt rokerig en buren kunnen hiervan last hebben. Het CBS berekende in 2009 dat in Nederland 10 procent van de bevolking hinder ondervindt van houtrook. Mensen met gevoelige luchtwegen, zoals longpatiënten en mensen met hart en vaatziekten, kunnen gezondheidsklachten krijgen door laaghangende rook. Sinds 1 november 2019 geeft het RIVM een stookalert af wanneer de omstandigheden ongunstig zijn om te stoken. Via de website Stookwijzer.nu kunt u zien wanneer het vuur beter uit kan blijven.

Vuurkorven

Op basis van de huidige gemeentelijke regelgeving is sfeervuur zoals een terrashaard en vuurkorf alleen toegestaan als er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving.

Relevante wettelijke voorschriften

Artikel 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven; onder sfeervuren worden geen kampvuren en vuren van grotere omvang verstaan.
c. vuur voor koken, bakken en braden.
3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
4. Het college kan gebieden of plaatsen aanwijzen waar het verbod niet geldt en kan daarvoor nadere regels stellen.
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden gewweigerd ter bescherming van flora en fauna.
6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of een provinciale verordening.

Artikel 7.22 Bouwbesluit 2012

Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:

a. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid;
b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein;
c. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of
d. instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.