Externe veiligheid

Nederland is een dichtbevolkt land. Bijna altijd krijg je bij de ruimtelijke inrichting te maken met risico’s als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het vakgebied dat zich daarmee bezig houdt, is externe veiligheid.

Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Een LPG tankstation, een propaantank of een goederentrein met gevaarlijke stoffen valt bijvoorbeeld onder het externe veiligheidsbeleid. Ook de risico’s die gepaard gaan met het gebruik van luchthavens vallen onder dit beleidsterrein. Voor al deze risicobronnen is apart beleid en wetgeving gemaakt.

Over welke risico’s hebben we het en hoe groot is dat risico dan? Risicobronnen zijn transportaders (bijvoorbeeld wegen, het spoor en buisleidingen) en bedrijven (bijvoorbeeld LPG-tankstations, propaantanks, chemische industrie, etc.) waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Dat brengt risico’s met zich mee voor de omgeving. Deze risico’s worden onderverdeeld in plaatsgebonden (individuele) risico en groepsrisico.

Groepsrisico

Het is goed te begrijpen waarom wij als samenleving anders naar het groepsrisico kijken dan naar individuele risico’s. Immers, een ramp waarbij 10 doden vallen door opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen heeft een enorme maatschappelijke impact, laat staan als er 100 of 1.000 doden vallen. De officiële definitie van groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt:

“de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is”.

Wat het groepsrisico bijzonder maakt, is dat de wet aan het lokale bestuur veel vrijheid geeft. Het lokale bestuur mag haar eigen afweging maken tussen ruimtelijke of economische belangen en de (toename van) risico’s middels discussies binnen het College en de Raad. Deze discussie heeft gemeente Harderwijk ook gevoerd. Dit heeft geleid tot eigen ambities die beschreven zijn in de 'Beleidsvisie externe veiligheid gemeenten Noord- en Oost Veluwe'. De gemeente Harderwijk heeft dit beleid in 2014 vastgesteld. Met deze ambities wordt beoogd de stad leefbaarder, duurzamer, veiliger en gezonder voor haar inwoners te maken.

Plaatsgebonden risico

Als de afstand tot de risicobron maar groot genoeg is, dan kun je 100% veiligheid bereiken. Nederland is te klein om grote afstanden te hanteren. Daarom is gekozen voor het bieden van een basisveiligheid aan burgers door de norm voor het plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans dat een onbeschermd persoon op een bepaalde plek komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.

PR10-6 is een eenheid voor een miljoenste dood. Dat is in Nederland de kans per jaar dat een onbeschermd persoon op een zekere plek kan overlijden als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Binnen deze contour is het risico groter en gelden beperkingen. Kwetsbare objecten, zoals woningen in hoge dichtheid of ziekenhuizen, zijn niet toegestaan binnen de contour. Beperkt kwetsbare objecten, zoals verspreid liggende woningen of winkels, zijn alleen toegestaan als daar een goed gemotiveerde reden voor is.

Risicocontouren

De risico's rondom risicobronnen kunnen in kaart gebracht worden door middel van contouren. Dit is schematisch weergegeven op onderstaande afbeelding en is ook voor de gemeente Harderwijk in kaart gebracht.

Vraag of contact?

Bezoek ons stadhuis

Havendam 56, Harderwijk