Risicobronnen en regelgeving voor externe veiligheid

Binnen externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen stationaire risicobronnen en mobiele risicobronnen. Onder stationaire bronnen worden bedrijven verstaan die gevaarlijke stoffen zoals LPG en propaan in grote hoeveelheden toepassen in hun productie proces en/of opslaan. Mobiele risicobronnen zijn de grote tranportaders binnen Nederland waar gevaarlijke stoffen in bulk worden vervoerd. Deze transportaders zijn zowel wegen als spoorwegen en wateren. Daarnaast vindt er ook transport van gevaarlijke stoffen plaats in de buisleidingen. Deze wijze van transport wordt vaak ook geschaard onder mobiele transportbronnen.

Binnen de gemeente Harderwijk zijn diverse stationaire en mobiele risicobronnen aanwezig. Zowel de gemeente als de landelijke overheid heeft de verplichting om de ligging van deze bronnen weer te geven op een landelijke risicokaart.

Stationaire risicobronnen

Bij externe veiligheid in relatie tot inrichtingen gaat het om het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen.

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om LPG-tankstations, opslagplaatsen, ammoniakkoelinstallaties, spoorwegemplacementen en bedrijven die onder het Besluit risico's zware ongevallen vallen. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR).

Het Bevi verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met deze eisen bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen. Op grond van het Bevi zijn in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) voor een aantal bedrijfscategorieën (LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties, opslagplaatsen) vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Het Bevi introduceert in artikel 14 een nieuw instrument: een veiligheidscontour, waarmee het bevoegd gezag zowel in de milieuvergunning als in het bestemmingsplan, aan kan geven tot hoever risicovolle bedrijven of bedrijventerreinen kunnen uitbreiden.

Mobiele bronnen

Bij externe veiligheid in relatie tot mobiele bronnen gaat het om het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.

In het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transport is beschreven hoe met deze risico’s omgegaan moet worden. Het Basisnet biedt de gemeenten duidelijkheid over de maximale risico’s die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Die maximaal toelaatbare risico’s zijn met de bijbehorende risicozones voor alle relevante spoor-, weg- en vaarwegtrajecten in tabellen vastgelegd. Het Basisnet bestaat uit drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.

Doelen van het Basisnet zijn:

  • gevaarlijke stoffen kunnen vervoeren tussen de belangrijkste industriële plaatsen in Nederland en het buitenland, ook in de toekomst;
  • risico’s voor omwonenden langs de routes binnen wettelijke grenzen houden;
  • duidelijkheid verschaffen aan gemeenten over waar wel/niet gebouwd mag worden.

Bij de vaststelling van het Basisnet is rekening gehouden met de ruimtelijke plannen van gemeenten (ongeacht de ontwikkelingsfase van de plannen). Op deze manier houdt het Basisnet rekening met de komende ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de transportroutes. Daarnaast wordt er in het Basisnet ruimte gecreëerd voor de groei van het transport van gevaarlijke stoffen: de risicoruimte die het transport krijgt toebedeeld is gebaseerd op vervoersprognoses. Hierdoor wordt voorkomen dat er nieuwe veiligheidsknelpunten ontstaan.

Gemeenten kunnen wegen op hun grondgebied aanwijzen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het gevolg van zo’n besluit is dat gevaarlijke stoffen dan alleen over de aangewezen wegen vervoerd mogen worden. Harderwijk heeft binnen de gemeente geen routes aangewezen.

Buisleidingen

In Nederland ligt ongeveer 15.000 km buisleiding voor hogedruktransport van gevaarlijke stoffen. Het gaat vooral om aardgas en brandbare vloeistoffen.

In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zijn de taken en de verantwoordelijkheden van de leidingexploitant (dit is meestal de Gasunie) en de gemeenten vastgelegd. Voor gemeenten houdt dit met name in dat binnen de risicocontour (PR) geen kwetsbare objecten zoals woningen en ziekenhuizen gebouwd mogen worden en bij voorkeur ook geen beperkt kwetsbare objecten zoals kantoren en sportterreinen. Daarnaast moet een strook vrijgehouden worden zodat onderhoud gepleegd kan worden aan de betreffende leiding. Beide reserveringen moeten opgenomen worden in de bestemmingsplannen.

De exploitant neemt de algemene zorgplicht in acht ter voorkoming van ongewone voorvallen, zorgt ervoor dat de leidingen voldoen aan de wettelijke constructie eisen en voert eventuele saneringen uit.

Voor specifiek beleid van de gemeente voor aardgastransportleidingen klikt u hier.

Vraag of contact?

Bezoek ons stadhuis

Havendam 56, Harderwijk