Project Shelter 07

Het project Shelter 07 vroeg in 2007 aandacht voor de geschiedenis van de stad Harderwijk. Om dit doel te bereiken werd als uitgangspunt de genealogische betekenis van de naam Harderwijk gekozen: “een verhoogde plaats die ten tijde van roerige momenten een veilig onderdak bood aan vluchtelingen.” Met deze naamgeving lijken de begrippen veiligheid en vrijheid onlosmakelijk verbonden met het historische Harderwijk. Maar hoe zijn deze nu eigenlijk verbonden? Gaat het om een ruimtelijke, site-specifieke verbinding, of gaat het veeleer om een mediale relatie? Is het wellicht zo dat de band van een kunstwerk met een plaats niet langer in termen van fysieke of institutionele voorwaarden gedacht moet worden, maar dat de plaats thans enkel en alleen nog als een discursief weefsel gezien kan worden: de plaats als platform van historische kennis en intellectuele uitwisseling.

Teneinde deze actuele vragen nader te onderzoeken nodigde curator Henk Slager acht kunstenaars uit om artistieke onderzoeken te ontwikkelen in relatie tot een aantal in samenspraak met de historische vereniging Herderewich geselecteerde betekenisvolle locaties. Daarbij werd de kunstenaars expliciet gevraagd om voorstellen te ontwikkelen die de verhouding tot de (mediale) specifiekheid van de uitgekozen locatie op een artistieke manier onderstrepen.

In de Catharinakapel werd parallel aan de projecten in de stedelijke openbare ruimte een presentatie ingericht die informatie bevatte omtrent de participerende kunstenaars, de artistieke onderzoeken, de werkprocessen en de historiciteit van de gekozen locaties.

Shelter 07 vond plaats van 2 juni t/m 31 augustus 2007. Shelter 07 was een initiatief van de Adviescommissie Beeldende Kunst van de gemeente Harderwijk. Het project is gerealiseerd in samenwerking met Stichting Catharinakapel. Shelter 07 werd mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Harderwijk, Het Burgerweeshuis en de Provincie Gelderland.

In 2012 heeft Job Koelewijn zijn kunstwerk in een semi-permanente vorm voor de gemeente Harderwijk gerealiseerd. Bij ‘de Cascade’ benadrukt de kunstenaar de functie van het boek met het thema veiligheid. Daarbij gaat het om het verfrissen en het op scherp stellen van de menselijke geest. Iets mag nooit vanzelfsprekend worden, de vrijheid van geest moet iedere keer weer veroverd worden. Dit is ook de reden dat dit kunstwerk elk jaar in het voorjaar geplaatst wordt en in het najaar opgeslagen wordt.

Lara Almarcegui

Om de specifiekheid van een locatie te doorgronden bedient Lara Almarcegui zich van de archeologische methode die dat wat aan een plek voorafgaat, namelijk het gegeven van ruimte, als medium zichtbaar maakt. Op het Blokhuisplein, een historische locatie die bekend staat om rechtlijnigheid en macht, ontwikkelde zij daartoe in de vorm van een braakliggend terrein een tijdelijke “autonome zone”: een niet-functionele, ongedefinieerde en ongegronde ruimte die ontsnapt aan het raster van de geografie, en die onderdak kan bieden aan de beleving van een volledige vrijheid van interpretatie.

Tiong Ang

Tiong Ang koos als locatie voor zijn videowerk de eertijdse loge van de wachtcommandant van het koloniaal werfdepot: het gebouw waar in de negentiende eeuw vrijwilligers voor Nederlands-Indie geronseld werden. Deze loge bevindt zich naast een monumentale poort die vanwege het eertijds aan de andere zijde gelegen huis van lichte zeden de twee toenmalige literaire werelden van burgerlijke ontsnapping naadloos met elkaar verbindt: de door Neel Doff opgetekende realiteit van Keetje Tippel, en de door Multatuli in Max Havelaar geschetste contouren van de koloniale werkelijkheid.

Ginette Blom

De interventie van Ginette Blom voert ons terug naar een middeleeuwse conceptie van vrijheid. Deze wordt min of meer belichaamd in de dubbelfunctie van de dertiende-eeuwse Vischpoort. Als cruciaal element van de vestingstructuur diende dit bouwwerk in eerste instantie als verdedigingspost en vuurtoren. Aan de zeezijde van de poort bevond zich echter ook een steiger. Deze diende als plaats waar de van zee teruggekeerde vissers een deel van hun vangst vrij konden verkopen. Door middel van een op deze historische locatie in de avonduren geprojecteerd lichtbeeld wordt thans een filmische herinnering aan deze voorkapitalistische locatie van vrijhandel opgeroepen.

Gijs Frieling

Gijs Frieling herschrijft in de vorm van een allegorische muurschildering bij de havendam de geschiedenis van de haven als locatie van vrijbuiterij en vrije tijd. Tot en met het begin van de twintigste eeuw werd de economische onafhankelijk van Harderwijk min of meer gegarandeerd door de aanwezigheid van de (vissers) haven. Met de komst van de Zuiderzeewerken leek deze economie in het slop te geraken. Het plots aan de mond van de haven verschijnen van een groep dolfijnen bleek echter het begin van een nieuwe periode van economische bloei in te luiden.

Jeanne van Heeswijk

Jeanne van Heeswijk ontwikkelde in samenwerking met Boris van Berkum een reeks muurkranten die geplaatst op dichtgemetselde ramen van oude huizen rond het kerkplein berichten over de in Harderwijk nog voortlevende historische verhalen uit de laatste eeuw: over de symbolistische dichter Rimbaud die gedurende zijn verblijf in Harderwijk zijn identiteit als dichter verloor en oploste in de grote mythe van het vreemdelingenlegioen; over de eerste grote stroom (Belgische) vluchtelingen die tijdens de eerste wereldoorlog een tijdelijk onderdak kregen in kamp Harderwijk; en over de geruchten die circuleren over het gedurende de recente verbouwing van AZC “Jan van Nassaukazerne” tot luxe appartementencomplex alsnog opduiken van de vermiste paspoorten van de vorige bewoners die op zoek waren naar een nieuwe, veilige identiteit.

Job Koelewijn

Op de plaats waar zich tot in het eind van zeventig de streng protestante School met de Bijbel (Vischmarktschool) bevond, heeft de gemeente Harderwijk recentelijk een waterbassin aangelegd. Job Koelewijn beschouwde deze locatie als een uitgelezen locatie voor zijn interventie: de stroom van het wassende water (met al de bijbehorende connotaties van zondvloed, loutering en eeuwige wederkeer) plaatst hij in het relativerende en bevrijdende perspectief van enkele honderden wijsheidsboeken. 

Irene Kopelman

In het Stadsmuseum onderzoekt Irene Kopelman middels een artistieke interpretatie van Linnaeus’ botanische classificatiesysteem de positie die de Universiteit van Harderwijk in de achttiende eeuw genoot als vrijplaats voor het denken. Juist omdat deze universiteit niet voor een dogmatische denkstroom koos, maar open stond voor een veelvoud aan kennistheoretische perspectieven, bood zij meer dan een eeuw een veilig onderdak aan onorthodoxe intellectuelen uit geheel Europa.

Mieke van de Voort (1972-2011)

In het kader van Shelter 07 verblijft Mieke Van de Voort tijdelijk in Harderwijk. Ze ontwikkelt in de Zeebuurt een nieuw werk in een typisch jaren vijftig rijtjeshuis: een icoon van radicale middelmatigheid. Vrijheid lijkt hier volledig gereduceerd tot een eendimensionaal concept. Toch dringt zich een onvermijdelijke vraag op: kan dat wat in uitgebroed wordt in een anoniem rijtjeshuis uiteindelijk betekenisvol blijken te zijn voor het evenwicht van vrijheid en veiligheid?

Vraag of Contact?

Bezoek ons stadhuis
Havendam 56, Harderwijk

Alle contactgegevens